Vroeger

Toen ik 14 was kneusde ik mijn rechterpols bij het rollerskaten. Naast de pijn die dat opleverde, bracht het ook een ander probleem met zich mee. Op school moest ik namelijk uitleggen wat de oorzaak was van mijn handicap. Zo’n mitella is een echte vragenmagneet. Ik vond het heel gênant om te vertellen hoe ik aan die gezwachtelde pols kwam.

Achteraf kan ik me er niets meer bij voorstellen, maar toen schaamde ik me dood voor dit soort kinderachtige bezigheden. Ik was tenslotte al veertien! Een paar meiden uit de klas gingen in het weekend stappen in Amsterdam en ontmoette daar hun vriendjes. En ik speelde stiekem nog met Barbies.

Een paar weken geleden was ik een weekje vrij, hierdoor kwam ik op hele andere tijden buiten de deur dan normaal gesproken. In de supermarkt zag ik meisjes tegen van 11, 12 die volledig in de make-up zaten en hun zakgeld uitgaven aan Red Bulls. Kin omhoog, zelfverzekerde blik in de ogen, bijdehante opmerkingen. Hoorde mijn onderbuurmeisje, net 1 week in de brugklas, tegen haar ouders zeggen dat nog even naar haar vriend ging.

Ik bekeek deze meisjes met een mengeling van verbazing en verwondering. Vroeg me af of er ook andere kinderen bij mij in de buurt wonen. Kinderen zoals ik vroeger was. Beetje verlegen, dromerig.

Later die week reed ik de straat uit en zag op een bruggetje 3 jongetjes staan. Ze waren aan het vissen een keken geconcentreerd naar het uiteinde van hun hengels. Ik kreeg meteen een Ot en Sien-flashback. Zie je wel, ze bestaan nog steeds. Met een zucht van verlichting reed ik langs ze, langzaam genoeg om hun gesprek op te vangen.

`Echt’, zei het ene jongetje op samenzweerderige toon tegen zijn vriendjes `hij zei dat hij wel 3 keer was klaargekomen in een half uur. Spúitend!’.

 Ik trapte door. Weer een illusie armer.

« Vorige post
Volgende post »

Reageer