De duikplank

Ik doe een cursus korte verhalen schrijven, had ik dat al verteld? Deze week kreeg ik een superleuke opdracht en ook over de uitwerking was ik zowaar tevreden. Hieronder lees je mijn korte verhaal (dat hier verrassend lang oogt).

Schrijfopdracht:
Situatie: jongen op duikplank in zwembad beschrijven vanuit 5 a 6 perspectieven
1 de jongen als jongen;
2 de jongen, terugbeschouwend, 40 jaar later;
3 de moeder die toekijkt;
4 de duikplank;
5 een van de zwemmers, een 68 jarige zedendelinquent.

De jongen als jongen
Wat zou Elvis doen? Sinds hij eerder dat jaar Aloha from Hawaii had gezien, vroeg Sjoerd zich dat altijd af in lastige situaties. Zijn held fluisterde hem dan het antwoord in, wel gewoon in het Nederlands. Tuurlijk, Sjoerds vader vertelde hem ook vaak genoeg wat hij moest doen, maar dat waren meestal bevelen, wijsheden uit Readers Digest of tips als “Laat ze allemaal de klere krijgen.” Daar had je zo verdomd weinig aan. Elvis vertelde hem dat hij zich niets moest aantrekken van die eikel uit 4H. Dáár kon je wat mee.
Een fris briesje streek langs Sjoerds rug en er gleed een druppel van zijn oog naar zijn bovenlip, chloor vermengd met zout. Wat zou Elvis doen? Die zou zich niet laten opjennen, dat was wel duidelijk. Hij zou springen natuurlijk, net als in Fun in Acapulco. Gracieus het water induiken en dan bovenkomen met een blik die nonchalance en bravoure verried.

Het geroep van beneden was inmiddels bijna verstomd, maar hij hoorde een enkeling nog joelen. Mietje-mietje-mietje. Onder zijn voeten trilde de plank licht, de korrelige bovenkant prikte in zijn voetzolen. Het water lag als een strakgetrokken blauw laken onder hem, de zon weerkaatste erop. De plank begon heviger te trillen en achter hem hoorde Sjoerd voetstappen. Hij durfde zich niet om te draaien en sloot zijn ogen, bang voor wie hem hier had gevolgd. ‘Gaat het jongen?’ klonk de stem van de badmeester. Zonder een antwoord te geven sprong Sjoerd van de plank. Zijn benen trappelden in de lucht, zijn maag leek omhoog te fladderen en de wind suisde langs zijn oren net voordat hij met een klap het blauwe laken raakte.

De moeder
Bah, de fles zonnebrand is opengegaan, onderin de tas. Kijk nou toch, al die witte troep op m’n portemonnee, verdorie. Ik lag net zo lekker. Heerlijk, ogen dicht en alles wat je hoort is geplons, het geluid van blije kinderen en vogels. Goed dat ik Sjoerd toch heb meegekregen vanochtend. Hij is zo gesloten en kan dagenlang binnen zitten met dit mooie weer. Dan zit ‘ie met zijn neus weer in dat Elvisboek, uren lang. Nee, zo’n dagje samen weg in de zon zal hem goed doen.

Straks eten we een ijsje en dan probeer ik erachter te komen waarom hij zo stil is de laatste tijd. Gelukkig is z’n opa ook mee om een oogje in het zeil te houden, dan kan ik nog even zonnen. Ik heb het verdiend, na zo’n hete week op kantoor. Wat hoor ik nou? Mietje? Wie roept dat daar bij de duikplank? Kinderen kunnen zo gemeen zijn, gelukkig is Sjoerd een lieverd. Ik draai me nog even om, daar in de verte komen een paar grote wolken aan.

De duikplank
Ik hou het niet lang meer vol hoor. Afgelopen winter hebben ze me nog een opknapbeurt gegeven; nieuwe laag verf, anti-sliplaag op de trap vervangen. Maar aan alles komt een eind, ook aan mij. Fysiek is het zwaar: buigen en loslaten, buigen en loslaten. En op emotioneel vlak gaat dit je helemaal niet in de koude kleren zitten. Neem dit ventje nou. Die hoort hier niet, dat zie je zo. Klassiek geval: laat zich opjutten door een paar van die etterige pestkoppen en staat dan hier huilerig te bibberen.

Als ik een gulden had gekregen voor iedere puber die hier stond te twijfelen, nou dan was ik hier niet meer. Maar goed, ik steun ‘m. Kom op kereltje, je kan het. Ik denk dat ik mijn laatste zucht straks zal uitblazen als die puisterige schreeuwlelijk die daar nu nog beneden staat zometeen zijn sprong gaat wagen. “Duikplank breekt doormidden met fatale gevolgen.” Ha, dat zal ‘m leren. Auw, wat krijgen we nou? Ah, het is badmeester Ed, redder van de rillende twijfelaars. Nou vooruit Ed, kom maar door. Maar je bent de laatste hoor, die mij levend verlaat. Help dit ventje, maakt me niet uit hoe en ga dan die trap weer af. Ik voel een acute metaalmoeheid opkomen.

De zedendelinquent
Dat eeuwige gevecht, tussen wat je wil en wat je moet doen. Al 68 jaar vocht hij tegen zijn gedachten en probeerde hij binnen de lijntjes te blijven. Hij was netjes getrouwd, had een gezin en kleinkinderen. Alles leek onder controle, tot dat moment bij de Welpjes. Hij was er al jaren akela en ging mee op kamp. Veertien jaar geleden was het tijdens zo’n kamp toch misgegaan bij een potje speels stoeien. Gelukkig had het jongetje in kwestie geen aangifte gedaan, maar als Henk er nog aan dacht gloeiden zijn wangen en vormde zich een steen in zijn buik. Sindsdien bleef het bij kijken. Zijn rol als akela had hij opgezegd en met een paar pijpjes bier iedere avond beloonde hij zichzelf voor alweer een goede dag zonder rare gedachten.

Terwijl hij de blauwe tegeltjes aantikte, zich omdraaide en het volgende baantje trok keek hij omhoog naar de duikplank. Och, het is Sjoerd. Kijk ‘m daar staan nou, zo jong en toch al een man in wording. Maar waarom die trillende beentjes en die tranen? Wat is er aan de hand? Je zou ‘m toch zo in je armen sluiten, willen troosten en knuffelen. Henk voelde hoe zijn hart volliep en ging bijna kopje onder omdat hij vergat te bewegen. Terwijl hij met zijn ogen knipperde hoorde hij de duikplank kraken, gevolgd door een harde plons.

De jongen, terugbeschouwend, 40 jaar later
Met een soepele armbeweging stuurde Sjoerd zijn Audi A4 door de straten van zijn geboortestad. Hoewel hij zich automatisch thuis voelde bij de aanblik van de bekende straten, winkels en Chin.Ind.Rest De Lange Muur, wilde hij het liefst zo snel mogelijk weg. Terug naar Amsterdam, naar Jaap en de poezen, zijn werk, vrienden, en lievelingsrestaurants. Gelukkig hoefde hij niet lang te blijven, het bezoekuur was maar een uurtje. Hij zou zijn moeder vertellen over zijn verlengde contract bij Shownieuws. Haar ogen zouden glimmen en na zijn vertrek zou ze over hem opscheppen tegen de dame in het bed naast haar. Het gigantische boeket, in krakend cellofaan op de achterbank, gaf haar nog meer reden aan iedereen te vertellen wat een schat haar zoon was.

Met een weemoedige glimlach op zijn lippen zag Sjoerd het tafereel voor zich, gevolgd door het besef van de harde realiteit: hoe lang zou ze nog hebben?
Terwijl hij remde voor een rood licht, draaide hij zijn hoofd naar rechts: daar lag het zwembad. Zijn gedachten gingen meteen terug naar die warme julidag, begin jaren ’70. De pestkoppen, Elvis, de duikplank, zijn sprong, de harde plons en hoe opa Henk naast hem opdook toen hij weer bovenkwam. Ze hadden allebei gehuild, net gedaan of de rode ogen van de chloor kwamen en er nooit meer over gesproken, ook niet met zijn moeder die verderop lag te zonnen. Huilen, dat zou Elvis nooit gedaan hebben.
Achter hem werd getoeterd. Sjoerd herstelde zich en gaf gas.

 

 

« Vorige post
Volgende post »

2 ReactiesReageer →

  1. Zo. Hee, iemand die zich inhoudt is geen delinquent hè. Interessant, al die invalshoeken. Goed. Goeie oefening ook.

    Er is een tv-reclame van een man op een duikplank bij een of andere wedstrijd en in de ogen van de moeder, in het publiek, wordt de zwemmer weer een klein jochie. Dat is ontroerend en zo herkenbaar. Ken je die?

  2. Hi Kitty,

    Dank je wel voor je reactie!
    Ik ken die reclame niet, maar ik zal ‘m eens opzoeken op YouTube. En van die delinquent: tsja, daar heb je gelijk in. Soms ben je zo bezig met de vorm, dat je de opdracht bijna vergeet. Ahum.

Reageer