Month: February, 2006

Intranet

Om het moment dat ik `ja’ zei, wist ik het eigenlijk al. Het stemmetje achter in mijn hoofd schreeuwde op de toppen van zijn/haar kunnen. Doe het niet! Doe het niet! Maar ik had haast en geen tijd me bezig te houden met zoiets basaals als instinct. Ha!

En toen werd ik ziek en kwam ondertussen de deadline steeds dichterbij. Dus toen ik weer op het werk verscheen, kon ik het niet meer met goed fatsoen afzeggen. En leverde ik braaf mijn antwoorden in (op vragen als; `als je een dier mocht zijn, welke zou het dan zijn en waarom?’) en mailde ik een foto door. Een goeie!

Nog dezelfde middag kwam collega K. in volle extase de kamer in rennen. `Wat leeeuuukk!’ gilde ze. Ik keek verschrikt op. Iets leuks? Bij ons op het werk? Waar?

Toen viel de euro. Ik klikte het intranet open. Op de eerste pagina staarde ik mezelf aan. Groot. Veel groter dan verwacht. `Lees het interview met M’ stond er onder. Alsof het iets heel dynamisch betrof. In plaats van `Lees het door M braaf ingevulde lullige vragenlijstje met domme vragen’.

Ik weet nu hoe Brad Pitt zich soms moet voelen: de rest van de middag was er van werken geen sprake meer. Terwijl ik de telefoon opnam hoorde ik collega K systematisch alle kamers van de gang af gaan om het heugelijke nieuws te verkondigen. Niks zo hardnekkig als een vrouw met een missie.

We zijn nu 12 uur verder. Ik heb een mail gekregen van een meneer die ik niet ken. Dat de foto zo mooi is. Technisch heel gedurfd met schaduwwerking. En dat hij me niet kende maar dat ik erg sympathiek over kom op de foto.

De twee mannen van wie ik het liefst nooit meer mail zou krijgen mailde ook. Wat een mooie foto! Fleurde het hele intranet op. En gut ook zo’n kort, bondig maar leuk stukje (en dan vervolgens ook nog in de kantine , tijdens de lunch, verhaal komen halen waarom ik niet antwoordde. Tssss!).

Volgens L moest ik de foto op relatieplanet.nl zetten. Volgens R was ik het niet. Volgens W was er aan mijn hoofd gefotoshopped. Volgens S stond mijn mond raar.

Ik heb één troost. Het staat er maar 2 weken op. En ik heb maar 2200 collega’s.

Writers block

Het ging net zo lekker. Maar nu is het zover. De vijand van elk schrijvertje. Geen inspiratie. Een leeg hoofd. Een writers block.
Er zijn columnisten die iedere dag briljante stukjes neerpennen, maar ik kom niet eens meer aan 1 stukje. En dat in wéken. Wat een treurigheid. Sneu is het!

En jij leest nu dit en denkt `ja hoor eens, hiervoor kom ik niet op deze site’. En je hebt gelijk.
Nou ben ik niet de beroerdste (meestal) dus ik geef je wat tips voor andere afleiding. Nu je toch achter je pc zit.

Probeer http://www.merelroze.com/.
Of doe de kieswijzer in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen (hoe verantwoord!). Google je eigen naam. Zoek alle horoscoopsites op en kies de meest gunstige. Of nog beter, geef mij nieuw inspiratie. Hieronder kun je reageren.

Als mijn fantasie uit haar winterslaap is ontwaakt en de verkoudheid haar ruimte in mijn hoofd weer prijsgeeft hoop ik jullie weer te verblijden. Tot die tijd is het behelpen. Sorry!

Of je worst lust

We stapten de bank in. Dom genoeg denk ik bij het woord bank altijd aan een grote hal, een nummertjestrekpaal en een lange balie. Wachtende mensen. Maar niet hier. Nee, we hadden hier te maken met een moderne bank anno 2006. In plaats van een enorme balie waren er allemaal kleine, lage balietjes met stoeltjes erom heen en bloemen. Dat heet in banktaal vast een unit. Gok ik zo.

In volle verwarring en totaal gedesoriënteerd stond ik daar midden in bank. Waar nu te gaan? Gelukkig ging er een meneer voordringen. Konden wij zien waar hij naartoe ging. Er bleek een minibalietje te staan. Een jongen in een bankpakje keek ons vriendelijk aan en verzocht ons even plaats te nemen.

Kopje thee? Ach waarom ook niet. Ik begon me al helemaal thuis te voelen. Terwijl we daar zo zaten te wachten, aan de leesunit, met onze thee, kwam er een oudere meneer naar de balie. De meneer was Marokkaans en vroeg iets aan de baliejongen. Die antwoordde. De meneer vroeg nog iets. De jongen begreep het niet. De meneer herhaalde. De jongen zei : `Nou daar begrijp ik dus helemaal niks van’. Alsof de meneer er niet bij was en niet vlak voor zijn neus stond. Die begreep hem ook niet helemaal.

Toen gooide de jongen het over een andere boeg. Anderstalig en doof zijn in zijn wereld misschien dezelfde dingen. `U STAAT ROOD’ gilde hij. `EN U MAG OP DEZE REKENING NIET ROOD STAAN’. Dat echode lekker weg! De meneer keek verbaasd. Hij zei zacht iets. `NEE, UW SALARIS IS NOG NIET GESTORT’ blèrde de jongen nu. De man knikte en droop af. De jongen kwam naar ons toe met zijn herstelde glimlach en decibelgebruik. `Sorry voor het wachten’ slijmde hij.

ABNASO.