Month: November, 2005

Goedgeiligman

Het lag naast de printer. En stapeltje van 3 A-4tjes. Een collega had er in potlood met hanenpoten `Werkgerelateerd?’ onder geschreven. Daardoor viel het op. Daardoor ging ik het lezen.

Het bleek een sinterklaasgedicht. Niet zomaar een sinterklaasgedicht. Het was een erotisch (bedoeld) sinterklaasgedicht. Pornografisch zelfs. Ene `Massagepiet’ had zich flink uitgeleefd en anderhalf kantje gerijmd. In een strak A-B-A-B rijmschema had hij zich behoorlijk laten gaan.

`……wees maar niet bang’

`……likken, heel lang’

Gek genoeg kwam niemand het printje ophalen. Humor! Dus gingen V, L en ik even een rondje gang doen. Wie is de Massagepiet? Een soort Cluedo!

We spiedden wat in het rond en lette vooral op verdachte gedragingen. N, die later toegaf dat hij het `werkgerelateerd’ onder het gedicht had geschreven, deed in eerste instantie alsof ie van niks wist en lachte onschuldig mee.

R bleek die ochtend meerdere keren het printerhok in te zijn gekomen met de vraag hoe je een printopdracht annuleert.

En G, die had de week ervoor al laten zien hoe goed hij kon dichten.

Hmmm…….

We zijn er –gelukkig- niet achter gekomen. Maar voor even leek het alsof we in `The Office’ zaten. En dat is toch een gedenkwaardige ervaring. Voor een ambtenaar.

Jubileum

Nou wil ik niet opscheppen hoor. Want zo belangrijk is het nou toch ook allemaal niet. Maar ik had vorige week dus gewoon mooi een jubileum kunnen vieren. Want toen schreef ik mijn 25ste stukje.

Dat is nog niets vergeleken bij het jubileum van Merel Roze. Zij had niet lang geleden haar 2 miljoenste bezoeker op haar weblog. Nou schrijft Merel bijna iedere dag héle leuke stukjes. Dus die 2 miljoen verbaast me niets. Maar het is wel véél! (als jullie, mijn 2 tot 3 trouwe lezers, me plechtig beloven dat jullie niet zullen overstappen, kijk dan ook eens op http://www.merelroze.nl/ hoe het echt moet).

Ik heb geen teller op mijn weblog. Waarschijnlijk heb ik die 2 miljoen allang gehad zonder daar zelf erg in te hebben. Maar dit weekend ga ik het vieren. Mijn 28ste column. En als je reageert als je dit stukje hebt gelezen, krijg je ook een drankje van me. Fans moet je tenslotte koesteren.

Hoezee Hoezee (op naar de rosé)!

Image is everything

Het is mooi als je er van de buitenkant uitziet zoals je je van binnen voelt. Sommige mensen zien er altijd uit conform persoonlijkheid, anderen zijn gebonden aan restricties. Omdat ze verpleegkundige zijn. Of bij een bank werken. Of gewoon verkeerd haar hebben en geen geld voor een nieuwe bril. Ooit zag ik eruit zoals ik me voelde. Toen was ik grunge. Nu ben ik 30+.

Maargoed. Ik was vrij vandaag. Dus ik kon eruit zien hoe ik wilde. Wilde op tijd de deur uit om kaartjes voor de Foo Fighters te gaan kopen. Na het douchen bleek mijn spijkerbroek in de was te zitten. Het shirtje waar ik zin in had was te koud. En mijn kekke gympen ( ja ik noem het nog gympen ) waren als gevolg van een melige grap op werk meegenomen in de zak van Sinterklaas. Althans 1 ervan en tsja, om nou hinkend richting postkantoor te gaan…

Dus trok ik aan wat als eerste in de kast zag hangen. Vlak voor ik wegging keek ik in de spiegel. Mijn god. Het leek wel alsof ik naar een vergadering moest. En mijn haar zat plat. Ik zag er niet uit als een Foo Fighters fan. Meer als de moeder van een Foo Fighters fan.

Op het postkantoor aangekomen bleek ik net te vroeg te zijn, de Ticketservice had haar lijnen nog niet opengegooid. Dus moest ik weer terug de wachtruimte in. Terwijl ik daar wat stond te ijsberen tot de klok 10 zou slaan, kwam er een meisje op me af. Ze had rode dreads en een neuspiercing. `Jij komt zeker ook voor kaartjes voor de Foo Fighters hè?’ zei ze.

Yesssssssssssss! Toch wel! Ik rock!

Intercity

De jongen tegenover me had een wazige blik in zijn ogen. Hij staarde een beetje Zen voor zich uit.

Toen stond het meisje naast mij op. Ze was heel jong. En heel mooi. Als er een boek over haar was geschreven had ze een olijfkleurige huid gehad.

Haar heupbroek was tijdens het zitten naar beneden gezakt. Je kon een stukje van haar billen zien.

De jongen tegenover me verloor meteen zijn Zen- blik. Hij was nu gericht op het stukje bilspleet. Zijn ogen sperde zich en hij begon ongegeneerd te staren. Dit had hij vast nog nooit gezien.

Ik gebruikte mijn telepathiegaven om het meisje te waarschuwen.
Je broek!
Je broek!

Ze hees haar broek op. De jongen knipperde even teleurgesteld met zijn ogen. Nu was hij weer Zen. Als op commando begon hij wazig te kijken.

Ik deed net alsof ik er niets mee te maken had.

Appeltje voor de dorst

Iedere maand laat ik automatisch geld overschrijven van mijn rekening naar mijn spaarrekening. Dat is namelijk heel verstandig, zo heb ik geleerd. Voor later (wanneer is dat eigenlijk?). Normaal gesproken zou ik dan ook zeggen `ik spaar iedere maand’. Maar na mijn zojuist gedane ontdekking kan ik dat niet meer zo stellig verkondigen. Vanaf nu zeg ik alleen nog maar dat ik iedere maand probéér te sparen.

Oorzaak van deze subtiel aangebrachte nuancering? In een vlaag van verstandsverbijstering leek het me geinig om nou eens te gaan kijken wat ik dit jaar tot nu toe had gespaard. De afgelopen maanden had ik namelijk nog wel eens wat geld teruggestort. Tsja. Het meisje wil ook wel eens nieuwe kleren. Of op reis. Of nieuwe lenzen. Of losgaan in de Ikea. En ja, nou, de euro. Alles wordt duurder. Enzo. En we moeten meer uitgeven van meneer Zalm. Nou, die kan trots op me zijn.

Maargoed, ik spaar via internet. Geen afschriften in een handig mapje. Dus moest ik ter verhoging van de spanning op mijn pc met een `terug’en `verder’ knop zelf even kijken hoeveel ik in welke periode had ingelegd dan wel opgenomen. Toen fijn aan de slag met de rekenmachine. Die is misschien wel roze, maar bleek desondanks onverbiddelijk.

Dit kan niet. Nog een keer. Plus plus plus. Wow, indrukwekkend. Min min min. Hmmm.

Ik verbleekte. De te verwachten gespaarde euro’s bleken in rook te zijn opgegaan. Het uiteindelijk gespaarde bedrag komt overeen met 2 maanden sparen. Gelukkig heb ik december nog. Gelukkig niet zo’n dure maand.

Wachtkamer

Ik moest een inenting halen. Buiktyfus. (Zeg je dan een inenting voor buiktyfus? Of tegen buiktyfus?). Dat klinkt niet gezellig. Ik ging het niet eens opzoeken op internet. Laat maar zitten, het ziektebeeld, de oorzaken en verschijnselen. Kom maar op met die spuit.

Ik had een afspraak om 10 over half 11. Het waaide hard en de brug bleek afgesloten. Met een rood hoofd van het fietsen kwam ik de GGD binnen. Phew, net op tijd. Ik moest 2 formulieren invullen en mocht plaatsnemen. Aan de grote ronde tafel zat een wat ouder echtpaar (Stel 1) en naast mij een meisje.

Het echtpaar zat wat te praten. De dame keek af en toe op en zocht dan mijn blik. Ze had nieuwsgierige kraaloogjes. Nou wil ik niet generaliseren, maar dit soort vrouwen kom ik vaker tegen. Ze houden zich ook vaak op bij bushalten. Het zijn vrouwen wier ogen `praat tegen mij, praat tegen mij’ seinen. En als dan vervolgens niemand tegen ze praat, gaan ze dat zelf doen. Maakt niet waarover. Of met wie. Als de stilte maar opgevuld wordt.

Hebbes! Ze had beet. Er was een ander stel binnengekomen. Stel 2.

De mevrouw vond de invulformulieren maar wat ingewikkeld. De man was snel klaar. Toen ging zijn vouw zijn formulier nakijken. `Nou’, zei ze op luide toon. `Je hebt wel een prothese hoor, Jan. Je hebt toch een stent?’. `Ach’zei Jan, `Dat is toch geen prothese?’. `O nee’, zei zijn vrouw. `Wat is het dan?’. `Nou’zei Jan, `dat weet ik ook niet, maar het is in ieder geval geen prothese’.

Zijn vrouw zweeg nu. Je kon zien dat ze niet helemaal genoegen kon nemen met de waterdichte logica van haar man. De meneer van stel 1 keek op, schraapte zijn keel en deed ook nog even een duit in het zakje. `Een prothese is iets kunstmatigs’zei hij. `Een stent is dus ook een prothese’. De mevrouw van stel 2 keek haar man aan met de universeel erkende blik van Zie je nou wel.

Jan zuchtte en pakte maar weer een pen uit het bakje.

Mevrouw Kraaloogjes begon te glunderen.

Ondertussen ratelde een video onverminderd door. Een meneer die je normaal wel eens in reclames ziet waarschuwde ons voor de gevaren van reizen. De videoband was informatief doch met een knipoog. Na drie keer begon het behoorlijk te vervelen.

Aan de muur hing een poster met een grote leeuw erop. `Malaria’ stond erboven met grote witte letters. Raar, die leeuw. Malaria wordt toch door muggen doorgegeven? Of was die leeuw een lokkertje? Dat mensen denken `Hee mooie leeuw, even kijken, o verrek er staat enorm interessante info over malaria onder die leeuw. Lekker even lezen’. Dat zou natuurlijk kunnen. Maar de poster hing dus veel te hoog om de kleine letters te kunnen lezen.Gemiste kans.

Naast de malaria-poster hing een geel A4tje met daarop de tekst December Rouwbijeenkomst. Iemand had met groot enthousiasme alle lettertypen die mogelijk zijn met Word losgelaten op het pamfletje. Gebiologeerd keek ik ernaar. Wat zou dat betekenen? Op het moment dat ik op wilde staan om het A-4tje te gaan lezen, kwam de verpleegkundige uit de behandelkamer.

 Wie de volgende was, dat wilde ze weten. De dame van echtpaar 2 draaide zich om en zei met besliste toon: `Dat echtpaar’. Echtpaar 1 glimlachte en zeiden dat ze al geweest waren en dat ze aan het wachten waren op de rest van de familie. `Nou, dan ben ik’ zei ik. `Nee, dan zij wij’, zei de dame van echtpaar 2 (Alsof ik niet al een kwartier zat te wachten voordat zij binnenkwamen). Ik keek naar de verpleegkundige. `Hoe laat u had u een afspraak?’ vroeg ze aan de dame. `Kwart voor 11’ zei die pinnig.

`Nou, ik om tien over half’. Ik probeerde niet al te triomfantelijk te klinken en pakte mijn tas en jas. Ik volgde de verpleegkundige naar haar kamertje. Binnen 5 minuten stond ik weer buiten. Wat een avontuur. De videoband had gelijk. Reizen is niet zonder risico.

Undercover

Ieder jaar hetzelfde liedje. Oktober is een gevaarlijke maand. `Gevaarlijk?’ hoor ik je nu denken? Ja, lieve lezertjes, gevaarlijk. Niet alleen is dit de maand dat de gechocolateerde pepernoten de supermarktketens en warenhuizen overspoelen (waarvan de aanschaf in dit liberale land aan je volwassen zelfbeheersing wordt overgelaten wat natuurlijk absurd is), het is ook de Maand van de Fietsverlichting.

En ja ik weet het. Het is belangrijk om verlicht te zijn. Automobilisten zien je echt niet in het donker. Helemaal niet als je, geheel in eigen traditie, in een zwart ensemble door een rood licht fietst en nog net voor een auto langs weet te schieten. Dat schijnt voor de bestuurder van een auto geen fijne ervaring te zijn. Dussssssssss.

Ik klik netjes een lampje aan mijn fiets (rood achter) en een lampje aan de band van mijn tas (wit voor). Knipperen mogen die lampjes niet volgens het burgerlijk wetboek, hoofdstuk 268, artikel 19 sub b, dus ze staan bij mij altijd op de saaie stand. (Officieel mogen ze ook niet aan je tas of jas hangen, nee de lampjes dienen bevestigd te worden aan het rijwiel, doch de agent die mij vorig jaar aanhield stelde mij gerust met de woorden `Dat hij het deze ene keer door de vinger zou zien’. Gut wat fijn. Pragmatisme). Zo rijd ik de helft van het jaar als een kerstboom door de stad.

Afgelopen week had ik haast. Ik moest nog even snel langs de AH want anders geen eten. En ik wilde wel eten want honger. Nou is de rit van het station tot de AH nog geen 5 minuten. En het was 10 voor 8. De lampjes in mijn tas zoeken, aandoen en op mijn rijwiel bevestigen schatte ik snel in op een schakering van activiteiten die wel 3 minuten in beslag zou nemen. Dus besloten de lampjes ná de AH op te doen. Hieruit blijkt maar weer dat door honger gevoede ingevingen niet altijd de beste zijn. Want halverwege zag ik ze staan. Oom en tante agent. Voor vertegenwoordigers van het grote Verlichtingsdenken stonden ze daar zelf wel heel sneaky op het donkerste hoekje van de stad. In een donkerblauwe outfit.

Gelukkig zag ik ze op tijd. Ik kon nog net een zijstraat induiken. Snel de lampjes opdoen en weer de straat in. Zo fietste ik langs ze heen. Met een kloppend hart kwam ik bij de AH aan. Met nog tijd zat voor de boodschappen.

Daarom hierbij een wijze les. Veiligheid kent geen tijd. (En scheelt je 25 euro boete. En dat zijn heel veel pepernoten).

Vlokfeest

Het is zondagochtend. En er is een feestje. Een feestje in mijn mond. Een Vlokfeestje! Bruine en witte vlokken feesten zich een ongeluk langs mijn smaakpapillen. En ik ga lekker niet op de verpakking kijken hoeveel suiker en vet dit feestje bevat. Party on Vlokjes!

Er was eens…

We hadden een uitje van het werk. We gingen naar het museum. Waarom we opeens spontaan allemaal naar het museum gingen, wist niemand. Maar we protesteerden niet. Een uitje, joepiee!

Het museum was vlakbij, dus we konden er lopend naar toe. Dat was ergens wel jammer want opgehaald worden met zo’n afgehuurde bus heeft ook wel wat. En dan een collega uit het organisatiecomité die de neuzen gaat tellen aan de hand van een presentielijst en volwassen mensen die de busschema’s in de war gooien omdat ze toch liever met die andere collega in de bus…en…en..nouja, krijg je een beeld?

We liepen dus, de zon scheen en de blaadjes dwarrelden en o wat was de stad toch mooi zo.

In het museum werden we door de zalen rondgeleid door een meneer die heel veel wist. En aangezien hij er vanuit ging dat hij een groep heel slimme mensen toesprak, begon hij met veel enthousiasme zijn verhaal. Het ging over de Nederlandsche geschiedenis, waarover hij vertelde naar aanleiding van de schilderijen die er aan de muur hingen. Die waren uitgeleend door het Rijksmuseum.

De 80-jarige oorlog, stadhouders, Willem van Oranje, de gebroeders de Witt. De verhalen doorspekte hij met zinsneden als `zoals u nog weet’, `dat is natuurlijk algemeen bekend’ en de uitsmijter `maar dat heeft u natuurlijk op school wel geleerd’.

Nou heb ik dus echt wel opgelet tijdens Geschiedenis. Vond het zelfs heel leuk. Vooral op de lagere school, geschiedenis aan de hand van tot de verbeelding sprekende dia’s. Dia’s met afbeeldingen van historisch belangrijke momenten. Zodat je het letterlijk voor je zag. Maar dat is meer dan 20 jaar geleden.

Die 80-jarige oorlog, wanneer was dat ook alweer? En hoe zat het ook alweer met die man die uit een slot wist te ontsnappen in een haverkist? En Balthazar Gerards, help, wat deed die man nou voor de kost? Na 10 minuten begon ik enigszins paniekerig vanuit mijn ooghoeken naar mijn collega’s te spieden. Die leken geen histoy-breakdown te hebben. Zij stonden onbewogen te luisteren met een blik in hun ogen van `ja natuurlijk weten wij nog wie de gebroeders de Witt waren en waar ze woonden en hoe hun hond heette en wanneer ze zijn vermoord’. Dus durfde ik niet te bekennen. Ik knikte schijnheilig naar de rondleidmeneer als hij weer met een Zeer Algemeen Bekend Feit op de proppen kwam.

Er zit niets anders op. Ik moet op inburgeringcursus. Juffie Kalff, mag ik dan ter voorbereiding uw diaserie lenen?