Month: September, 2005

Moeten

Als je studeert wil iedereen weten wanneer je klaar bent.

Ben je eindelijk klaar, vragen ze of je al een baan hebt.

Heb je een baan, wil iedereen weten hoe het op die baan dan is.

Heb je geen vriend/vriendin hoor je constant `hoe gaat het met De Liefde?

Heb je eindelijk een vriend/vriendin en denk je van het gezeur af te zijn, wil iedereen weten wanneer je gaat samenwonen.

Woon je samen, dan wordt het…u voelt `m al aankomen, wanneer de bruiloft/geboorte nageslacht gaat plaatsvinden.

Is je relatie al zeker 3 weken over en ben je 30+, verwacht dan de volgende reacties van mensen op wiens advies je sowieso al niet zat te wachten (in willekeurige volgorde):

- Meid, je moet gewoon het internet op!

- Ach, je zult zien als je nu iemand vindt, woon je binnen een half jaar samen.

- Oh…die relatie duurde maar zo kort?

Om gestoord van te worden. Kunnen we met elkaar niet gewoon de afspraak maken dat we:

1)      Ons concentreren op de persoon achter de studie/baan/relatie. Wie vindt het nou écht leuk om op feestjes te praten over zijn/haar baan, niet vlottende afstudeeropdracht en/of liefdesleven?

2)      Als unieke individuen ons best gaan doen originele vragen te stellen. Hersenen zitten niet voor niets zo ingenieus in elkaar; daar moet dus meer uit te halen zijn.

3)      Ons concentreren op het hier en nu in plaats van wat allemaal nog bereikt zou moeten.

Dank. Ik heb nu al zin in de volgende verjaardag.

Shit happens

Een kleine waarschuwing vooraf: ik wil niet betuttelen en ook geen kijkwijzer instellen, maar vooruit. Ik heb dit niet verzonnen, het is puur een observatie en ik moet het even kwijt. (En nu heb ik je nieuwsgierigheid geprikkeld en ga je het zeker lezen. Waar of niet?).

Op de televisie vertelde een maag- en darmdokter (volgens mij heet dat in goede scrabbletaal een gastro-enteroloog) over darmkanker. Daarbij liet hij beelden zien van goedaardige poliepen die zich door de jaren heen konden ontwikkelen tot nare kankergezwellen. Nou komt darmkanker in mijn familie voor. Uit onderzoek is gebleken dat ik me niet bovenmatig druk hoef te maken, maar dat het verstandig is boven mijn 45-ste periodiek een onderzoek te laten doen. Ik kan niet wachten.

Maargoed, die arts vertelde dat veel patiënten er te laat bij zijn. Want ze willen niet naar de dokter met een verhaal over poep. Poep is het laatste taboe, vond hij. Op feestjes wordt wel heel makkelijk gepraat over geld en seks, maar nooit over poep. En dat was dus eigenlijk heel jammer want het is interessante materie. En daarbij: zonder taboe gaan mensen eerder naar de dokter bij klachten en wordt ziekte eerder ontdekt. Voor zover de dokter.

Terwijl ik naar die woorden luisterde, moest ik opeens denken aan wat ik eerder die avond  had meegemaakt.

Ik fietste van het station naar huis. Met mij nog meer mensen die van hun werk kwamen. In mijn hoofd een boodschappenlijstje makend. Na het eerste stoplicht zag ik op een drukke straat een zwerver staan. Die zwerver ken ik inmiddels want hij is altijd in die buurt te vinden. Liggend op een bankje of met zijn tassen in een bushokje.

Ik fietste stevig door waardoor alles in een flits leek te gebeuren.

De zwerver stond voorover gebogen.

Hij had zijn broek naar beneden. Terwijl er om hem heen allemaal mensen liepen en fietsten.

Ik dacht nog `Hé, het lijkt wel of hij zijn billen aan het afvegen is, maar dat kan niet want dat zou betekenen dat…’

En dat betekende het ook.

Tegen de muur achter hem.

Midden op straat.

Taboe is dus ook maar betrekkelijk. Zonder een omgeving die iets als taboe bestempelt, bestaat er geen taboe. Dan breekt nood wet.

Zo peinsde ik semi-filosofisch. Om daarna enorm medelijden te hebben met diegene die de troep mocht opruimen.

Maandagochtendblues

Maandagochtenden zouden ze moeten afschaffen. Ze verstoren mijn weekendritme en elke maandag wanneer ik me, prikklokkaart in de hand, weer het gebouw binnensleep word ik geconfronteerd met de vraag: WAAROM? (Ooit volgde ik bij een vorige werkgever een cursus waarin het onderwerp `Zin in je werk’ aan de orde kwam. Volgens de cursusleider was het gezond om op vrijdagmiddag zin in het weekend te hebben en op maandagochtend weer zin om aan het werk te gaan. Ik pas maar voor de helft in dit profiel, besefte ik toen al).

Daarom was het afgelopen maandag nog zwaarder dan normaal; ik had 10 dagen vrij gehad. Tien heerlijke dagen van Hollandse nazomerzon, strand, terrassen en oppervlakkigheden als het verven van een muur en het eindeloos nadenken over lampenkappen en bloempotten. Mijn van te voren zo mooi geconstrueerde to-do lijstje vond ik de laatste zondagavond terug onder een laagje stof. Helaas. Maar uitgerust dat ik was!

De laatste zondagnacht sliep ik een stuk slechter dan de 10 nachten daarvoor. Dus toen de wekker ging maande ik mijzelf tot een goed humeur en ging, met dit goede voornemen, op naar werk. Zo erg is dat tenslotte ook niet. Leuk ook om mijn collega’s weer te zien.

Ik zat nog geen 2 minuten op mijn stoel of collega L komt binnen. L is een ochtendmens. Ze heeft niet alleen geen ochtendhumeur, ze is afgrijselijk vrolijk voor tienen. Dat manifesteert zich in het uitbundig begroeten van alle collega ’s door middel van een niet te missen aantal decibellen. Ook deze ochtend was zij in topvorm.Vluchten kon niet meer. GOEDEMORGEN brulde ze. FIJNE VAKANTIE GEHAD? Ze kwam nu dichterbij. Ik probeerde te doen alsof ik het nu al erg druk had.Het werkte niet. JE ZIET ER GOE……..O NEE (gefronste wenkbrauwen kijken mij aan, ze bukt om mij goed van dichtbij te kunnen observeren) ZWAAR WEEKEND GEHAD?

Je begrijpt het al. Ik heb behoefte aan vakantie. Tot 2010.

Vroeger

Toen ik 14 was kneusde ik mijn rechterpols bij het rollerskaten. Naast de pijn die dat opleverde, bracht het ook een ander probleem met zich mee. Op school moest ik namelijk uitleggen wat de oorzaak was van mijn handicap. Zo’n mitella is een echte vragenmagneet. Ik vond het heel gênant om te vertellen hoe ik aan die gezwachtelde pols kwam.

Achteraf kan ik me er niets meer bij voorstellen, maar toen schaamde ik me dood voor dit soort kinderachtige bezigheden. Ik was tenslotte al veertien! Een paar meiden uit de klas gingen in het weekend stappen in Amsterdam en ontmoette daar hun vriendjes. En ik speelde stiekem nog met Barbies.

Een paar weken geleden was ik een weekje vrij, hierdoor kwam ik op hele andere tijden buiten de deur dan normaal gesproken. In de supermarkt zag ik meisjes tegen van 11, 12 die volledig in de make-up zaten en hun zakgeld uitgaven aan Red Bulls. Kin omhoog, zelfverzekerde blik in de ogen, bijdehante opmerkingen. Hoorde mijn onderbuurmeisje, net 1 week in de brugklas, tegen haar ouders zeggen dat nog even naar haar vriend ging.

Ik bekeek deze meisjes met een mengeling van verbazing en verwondering. Vroeg me af of er ook andere kinderen bij mij in de buurt wonen. Kinderen zoals ik vroeger was. Beetje verlegen, dromerig.

Later die week reed ik de straat uit en zag op een bruggetje 3 jongetjes staan. Ze waren aan het vissen een keken geconcentreerd naar het uiteinde van hun hengels. Ik kreeg meteen een Ot en Sien-flashback. Zie je wel, ze bestaan nog steeds. Met een zucht van verlichting reed ik langs ze, langzaam genoeg om hun gesprek op te vangen.

`Echt’, zei het ene jongetje op samenzweerderige toon tegen zijn vriendjes `hij zei dat hij wel 3 keer was klaargekomen in een half uur. Spúitend!’.

 Ik trapte door. Weer een illusie armer.

Burka

Dat mensen zich zo druk kunnen maken over vrouwen die een hoofddoek dragen verbaast me. Wat maakt het uit? De achterliggende gedachte van het dragen van hoofddoeken is dat mannen zich seksueel aangetrokken zouden voelen door het zien van vrouwenhaar. En dat ze zich vervolgens niet langer zouden kunnen beheersen. In dit laatste punt kan ik me volledig vinden.

Op dit moment bevind mijn huis zich in het epicentrum van allerlei bouw- en klusactiviteiten. Voor mijn huis wordt aan de kademuur van de singel gewerkt door een aantal mannen van middelbare leeftijd. Als ik de deur uitkom `s-ochtends zeggen ze vriendelijk gedag. Gewoon aardig.

Aan de zijkant van het complex, bouwen ze een heel nieuw gebouw. Op het parkeerterrein achter mijn huis staat al maanden een bouwkeet. Aan de muur hangt een blote dame. Volgens mij worden die keten zo opgeleverd, met dame en al. De bouwvakkers die aan dit project werken zijn jonger dan de kademuurmannen, maar zwijgen. Misschien lopen ze achter op schema, waardoor ze geen tijd hebben om voorbijgangers aan te spreken.

Achter mijn huis zijn schilders de kozijnen van het appartementencomplex aldaar aan het schilderen. Misschien is het omdat ze langdurig blootgesteld zijn aan verfdampen, misschien zijn ze als hork geboren. Feit is dat ze vervelende opmerkingen maken. Over mij. Althans over mijn typisch vrouwelijke kenmerken. Met z’n vieren staan ze me van een afstand aan te staren. Ontwijken kan bijna niet. Door de kademuurmannen ligt de andere straat open. Dus ik moét wel langs de schilders. Ik voel al dat er wat gaat komen. Hoe meer ik bij ze in de buurt kom, hoe meer zij staan te smoezen. En ja hoor 1,2,3 daar is ie. De enorm hilarische opmerking. En dan een lachsalvo. En op de terugweg hetzelfde ritueel.

Wat doe je met dit soort lui? Ik overweeg een burka. Stippel alternatieve routes uit. Aan de andere kant: Ik kan ze wel slaan. Zin om mijn middelvinger op te steken. Een hele bijdehante opmerking terug maken. Maak plannen om in het weekend hun steigers te saboteren. Maar dat doe ik niet. Ik slik mijn woede in en loop door.

Binnenkort komen dezelfde schilders ook mijn kozijnen doen. Mooi dat ze van mij geen koffie krijgen. Ha! (Deze heldin op sokken zoekt nog naar zoetere wraak).