Month: August, 2005

Ken & Daisy

Geweldig, dat Zomergasten. Na elke aflevering zie ik mezelf daar aan tafel zitten. Ik laat dan briljante fragmenten zien van onbegrijpelijke documentaires waarbij de kijker 10 minuten lang naar een Russische boer kijkt die al zwijgend mistroostig voor zich uit staart, daar op het bankje voor zijn Siberische boerderij. Of iets over Japanse architectuur. Of een Franse filosoof.

Niet ik dat nou leuke tv zou vinden, maar ik heb z’n vermoeden dat Connie Palmen dat wel zou vinden. En dat ik dan indruk op haar wil maken. Daar zitten we dan aan die driehoekige tafel. Wijn drinkend en intellectuele kwinkslagen uitwisselend. Connie en ik. Wat een avond.

Oké, terug naar de realiteit. Wat is nog indrukwekkende tv? De totale afstomping heeft inmiddels toegeslagen en dan heb ik nog niets eens naar Talpa gekeken. Maar zo af en toe zie ik iets wat me dan wel raakt. En meestal op een negatieve manier.

Zo zapte ik een week of 2 geleden op een vrijdagavond langs een programma waarin een oudere man werd geïnterviewd. De meneer kwam uit Engeland, was 68 jaar en had een spijkerbroek en spijkershirt aan, maar het kon ook uit 1 stuk stof bestaan en die curieuze broekpakachtige constructie maakte dat ik bleef hangen. Dat had ik beter niet kunnen doen.

Het programma bleek te gaan over de klanten van een Amerikaanse firma die sekspoppen maakte. De klant kon de wensen doorgeven en dan werd de pop thuisbezorgd met het gewenste postuur, oog-en haarkleur.

Ken was de trotse bezitter van Daisy. Hij had Daisy aangeschaft nadat zijn achttienjarige bruid hem had verlaten. Daisy was het evenbeeld van zijn laatste bruidje. Hoe dat huwelijk ooit tot stand was gekomen werd niet helder, maar waarom zijn ex de benen had genomen werd mij gaandeweg de uitzending wel steeds duidelijker.

Het volgende shot na de introductie van Spijkerpak Ken was genomen in de slaapkamer. In dat interieur, waar duidelijk niks was veranderd sinds de aanschaf in pak `m beet 1972, hing aan een aantal touwen een pop. Een blonde levensgrote pop in, hoe origineel, een schoolmeisjesuniform. Ik had toen eigenlijk moeten wegzappen, maar ik werd als een magneet naar het beeld gezogen. Als naar akelige foto of een eng bloederig operatieprogramma. Je weet dat je het niet zou moeten doen, maar toch…

Ken vertelde dat Daisy zo levensecht was. Terwijl hij dat vertelde pakte hij een tangetje om haar ogen in de juiste richting te draaien. Een natuurlijker manier van oogcontact is inderdaad niet denkbaar. Daarnaast hing de pop aan touwen aan het plafond, had het het figuur van een Barbie en zag je de naden over haar kunstharsbenen lopen. Wat Ken er niet van had weerhouden ` Ik hou van je’ tegen haar te zeggen in een moment van eenzijdige passie.

Vervolgens legde hij de kijkers bloedserieus uit hoe hij de katrollen aan moest trekken waaraan Daisy bungelde, zodat hij haar in de gewenste positie kon krijgen. Even leek het programma nog een hilarische Eigen Huis en Tuin- achtige wending te krijgen door Ken’s technische uiteenzetting. Ik verwachtte elk moment een uitleg over welke pluggen de kijker moet gebruiken bij het bevestigen van een sekspop aan het plafond. En dat dat afhankelijk is van het type plafond. Beton of systeem. Wereld van verschil. Maar nee.

Het programma volgde Ken naar beneden in zijn huisje. In de woonkamer deed hij zijn fotoalbum open. Hij legde uit dat hij zichzelf op de foto zette terwijl hij met Daisy bezig was en dat hij daarna het gezicht van ex-vrouw op de foto monteerde en de foto’s dan inplakte. Gelukkig waren de beelden onherkenbaar gemaakt. Maar toch. In opperste staat van verwarring zapte ik weg. Dit was echt te erg. Veel te erg.

Aan de andere kant. (Jawel).

Dit is een 68-jarige man die aan lichaamsbeweging doet, om kan gaan met (de zelfontspanner van) een digitale camera en weet hoe hij moet photoshoppen.

Kom daar maar eens om bij de gemiddelde senior.

Beter 1 mus in de hand

De mus is kwijt. Weet iemand waar hij is gebleven? (Voor de jongeren onder u: een klein bruin-grijs vogeltje dat vroeger voorkwam in elke Hollandse boom die je tegenkwam). Ik zie ze nooit meer. Mussen. En ook niet in de stad waar ik werk. Toevallig wel in Lelystad. Terwijl het daar dus helemaal niet gezellig is. Maar soit.

Dat het beestje zich bij mij in de buurt niet meer durft te vertonen begrijp ik. Ik heb namelijk een geschifte bejaarde buurvrouw die werkelijk onder elke weeromstandigheid brood uitdeelt aan onze geverderde vrienden. Bij mij voor de deur. Dat resulteert is een enorme schranspartij van duiven en meeuwen. (Voor de jongeren onder ons: ooit zag je die laatstgenoemden alleen aan het strand). Geen mus heeft het natuurlijk het lef zijn leven in gevaar te brengen tijdens zo’n foerageerpartij. Kansloze exercitie. Maar wat kan de reden zijn voor het verdwijnen van het vogeltje in de rest van de stad? Ook duiven? Het veranderende klimaat? De verharde samenleving? Zouden ze daarom en masse naar oorden als Lelystad zijn vertrokken? Is het daar mus-technisch gezien veiliger?

Jammer hoor, maar het klopt dus wel: soms mis je iets pas als het er niet meer is. Kan iemand een actiegroep oprichten?

Lowlands

De tent stond helemaal vol. Een mannetje of …nou ja, ik kan dus niet schatten. Geloof me, het was DRUK. Lekker warm. Pijn in mijn voeten. Maar niet zeuren. Dit is rock `n roll. We laten ons niet kisten door twee paar stalpoten.

De band kwam op. Vaag herinnerde ik me een klein hitje. De rest van de tent kende de band wat beter. Nummer na nummer werd meegezongen door kleine blonde meisjes. Uitzonderlijk veel kleine blonde meisjes. E en ik bewogen wat mee. Klonk wel goed. Ook al kenden we de nummers niet.

De set was bijna over. Nog 1 nummer. `Dearly beloved’ klonk het. `We ‘re gathered here today for this thing called life’. Jaaaaaaaaaaaaa! Prince! Ik hoorde mezelf als een bezetene meeblèren. Om me heen viel het stil. Heel stil. Een paar mensen gingen op het geluid af en begonnen verbaasd om te kijken.

Een generatiekloof is zo geslagen.

Hollandse Zomer

Mijn zonnebril is geëmigreerd naar warmere oorden.

Het regent glazen halfleeg.

Een groot geel kastanjeblad tussen de spaken van mijn fiets.

En nu is miss Ellie ook nog dood.

Laat die herfstdepressie maar komen.

Zuur

Klein is ze, een jaartje of 70. Mager en met roodgestifde dunne lippen die altijd op de zeik-stand staan. Toen ze binnenkwam bij mijn oma stelde ze zich voor als mevrouw Huppeldepup. Het was duidelijk dat het niet de bedoeling was mevrouw aan te spreken met haar voornaam.

In de keuken hoorde ik haar oma zachtjes vragen of ik soms een vrije dag had. Want wat deed ik daar anders op een doordeweekse vrijdag? Terug in de woonkamer viel na 10 minuten al het woord buitenlanders. En niet op een positieve manier, geloof me. En bleek ze alles beter te weten. Beter dan alle andere aanwezigheden. Ongeacht het onderwerp.

Ik hoop maar dat mijn vrienden me waarschuwen als ik zo word. Brrr.

Dakloos

Waarom koop ik niet vaker de daklozenkrant?

Ik bedoel: het voelt beter om het wel te doen, je hoeft niet meer met het schaamrood op de kaken en een uitpuilende zaterdagmiddagboodschappentas langs die meneer voor de supermarkt want: je hebt de laatste editie al (waarin met een beetje geluk het levensverhaal van de betreffende dakloze in geuren en kleuren staat opgetekend waardoor je vanaf dat moment volledig emotioneel betrokken bent. Klantenbinding noemen ze dat).

En, om het even uit het egocentrische hoekje te trekken: de dakloze heeft weer een slaapplaats verdient. Kortom: doen.

Dus ik met mijn goede gedrag en volle boodschappentas, stop bij de dakloze. Kijk mij eens even vrijgevig zijn. Eén euro vijftig. Ik geef `m een brief je van vijf. Ik krijg niet de kans -heel royaal- om te zeggen `maak er maar twee van’. Ik krijg namelijk al automatisch 3 euro terug. Deze dakloze rekent schijnbaar servicekosten en is nog pro-actief ook.

Mooi hoor, maar hij ruïneert mijn gevoel van naastenliefde, altruïsme, mededogen en de rest van mijn goede christelijke eigenschappen. En dat voor 50 cent. Dat voelt niet goed. En zo draait het weer allemaal om mij.

Erg hè?